Dood. Zand erover, of toch anders?

Dood. Zand erover, of toch anders? Wat dit te betekenen heeft? Dit is de titel van “ons boekje”. Het boekje van mijn oma en mij. Het begon zo…

Mijn oma is drie keer gediagnosticeerd met kanker. De laatste keer was het mis. Ze was ongeneselijk ziek. Met vijf kleinkinderen, en de zesde opkomst, wilde ze ons uitleggen over de dood.

De dood is namelijk een onderwerp waar eigenlijk bijna nooit over gesproken wordt. Ze wilde ons tonen dat het niet eng was en ons laten weten wat er ging gebeuren. Ze ging naar een boekenwinkel maar kon niet vinden wat ze zocht. De man achter de kassa riep mijn oma achterna: “Dan schrijf je het toch zelf en laat je jouw oudste kleinkind tekenen”. Ja tuurlijk, was de gedachte van mijn oma. Toch is ze gaan nadenken en kwam ze op een gegeven moment naar mij toe. Ze vroeg mij of ik tekeningen wilde maken voor “ons boekje”.

Toen ik 7 was zijn we van start gegaan met dit project. Vol enthousiasme gingen we hier tegenaan. Dit klinkt misschien raar, want je leeft eigenlijk gewoon toe naar de dood van je oma, maar zo heb ik dat nooit ervaren. We zijn allerlei plaatsen gaan bezoeken zodat mijn oma het duidelijk voor mij, en mijn zusje, kon maken. Zo zijn we begonnen.

We zijn een dag naar het crematorium geweest. Hier kregen we een oven te zien, urnen en kregen we uitleg over wat er allemaal mogelijk is met het as van een overledene. Dit was heel indrukwekkend, ik bedoel als 7 jarig kind sta je daar bij een oven waar mensen in worden verbrand. Dit is natuurlijk gewoon hoe dat gebeurd. Toch heeft dit mij heel erg gerustgesteld. Mijn oma is namelijk ook gecremeerd, nu had ik niet het idee dat ze mijn oma ‘verbrandden’ maar had ik er eigenlijk een heel vredig gevoel bij.

Daarnaast zijn we ook naar een begraafplaats geweest. Hier kregen we ook uitleg en zagen we voor het eerst hoe een graf wordt gegraven. Ook zagen we een stoet van rouwende mensen de begraafplaats op kwamen lopen, dit was natuurlijk ook helemaal nieuw.

Dit klinkt misschien als iets negatiefs, maar ik heb oprecht goede herinneringen aan deze momenten. Toen we terugliepen van de begraafplaats liepen we langs een fonteintje, hierin verscheen een regenboog door de zon. De regenboog heeft voor ons een bijzondere betekenis. Mijn opa en oma zijn namelijk gelovig, en altijd als er een regenboog was trakteerde mijn opa. Nu dus ook, al was dit wel een beetje valsspelen. Terwijl wij van onze traktatie genoten reed er een scooter door het winkelcentrum. Mijn oma was eigenlijk heel erg pisst daarover, en de politie ook want die slingerde hem op de bon. 3 keer raden wie blij was, mijn oma! Deze herinnering laat mij altijd lachen.

Langzaam maar zeker ontstond er dan echt een boekje en moest ik gaan tekenen. Naja wat je tekenen noemt ik was 7 en als ik terugkijk denk ik eerder: “Phoephoe kon het niet iets beter?” Maar toen was ik blij en ik voel mij ook echt vereerd dat ik dit met mijn oma heb mogen doen, ik had namelijk een hele goede en bijzondere band met haar.

Ondanks het plezier dat we van het boekje hadden, was mijn oma nog steeds ziek. Het ging bergafwaarts… We waren al een keer eerder naar een uitgever gegaan, maar die wilde het boekje niet uitgeven. Nu ze zo snel achteruit ging moest er vaart achter komen. In 2011 is het dan eindelijk uitgegeven door de ‘Free musketiers’.

Dat was toch wel een belevenis. Ik was natuurlijk nog steeds best jong negen of tien jaar. Daar zaten we dan, aan een hele grote tafel en op de muur stond heel groot ‘Free musketiers’. Zij wilden gelukkig wel “ons boekje” uitgeven.

Voor het boekje zijn we ook een middagje foto’s gaan schieten. Er moest namelijk ook een foto komen voor de achterkant van het boekje. Dit is natuurlijk een mooi moment, maar er is meer. We zijn namelijk op tv geweest bij ‘Achter de voordeur‘. Weer een weekendje bij opa en oma, dat was een feest! We wonen namelijk 1,5 uur bij hun vandaan. Daarnaast stonden we ook in de krant.

Dood. Zand erover, of toch anders?

Het boekje is nog steeds te koop op bol.com. Dit is de tekst van de achterflap:

Als oma van zes kleinkinderen schreef Cobie Meijerman (1951) over een moeilijk onderwerp. Namelijk de dood en mogelijke manieren van afscheid nemen, met de intentie het gesprek hierover tussen volwassenen en kinderen in de leeftijd van 6-12 jaar uit de taboesfeer te halen. Kleindochter Anne (2001) heeft de illustraties (toen 7 jaar) voor haar rekening genomen. Met het uitbrengen van dit boekje gaat een grote wens van beiden in vervulling.

Ondanks het grote verdriet van ziek zijn hebben we hier zoveel moois uitgehaald. Het is “onze” trots en dat zal het blijven ook.