Hoe een doodgewone dag een wending kreeg…

Zoals ik al zei: ‘Een doodgewone dag’. Ik kwam uit school, bijna thuis. Ik moest nog 5 à 10 minuutjes. De moeder van een oud-vriendinnetje van mijn zusje haalde mij in. Niets vermoedend maakt zij de bocht naar links en plots is daar een vogel.

Hij kwam echt uit het niets, ik zag het gebeuren. Hij vloog tegen  haar op en ineens lag dat beestje op de grond. Uit automatisme stop je dan. Na 4 jaar spreek je elkaar weer om een onbenullig vogeltje wat tegen haar was aangevlogen.

Hij was niet bang. Hij bleef eerst rond haar hangen. Vervolgens vloog die het verkeersbord op. Wat een tam beest! Dit zie je nooit, dus ik maakte een fotootje. Nee dat zat er niet in hoor… Dat beesie had andere plannen. Hij dacht even op mij te komen zitten. Ja dahaag! Ik ben als de dood voor vogels, ik gilde het uit. Hij nam plaats op mijn schoen, en uit automatisme gooi ik mijn been omhoog.

Elk andere vogel was al weggeweest, elk ander beest denk ik ook wel trouwens. Nee hoor hij probeerde het weer bij de moeder. Inmiddels was er nog een meid die was gestopt. Ja en nu? Moeten we iemand bellen?

Wij hebben in Benningbroek een dieren opvang: ‘Het Bonte Piet’. Tja hun nummer hebben wij geen van allen in onze telefoon staan. Terwijl wij druk aan het sparren waren over wat we gingen doen met het beestje, vond hij dat hij niet genoeg aandacht kreeg: hij sprong op de meid haar schouder! Tam als die is/was bleef die zitten. Goh ja wat moeten we toch…. Het belletje was inmiddels al gepleegd, of we even de dierenambulance wilden bellen. Maar of course…

Ondertussen bleef dat beesie maar rond ons hangen. Het leek wel alsof die honger had. Ik had nota bene nog een broodje in mijn tas, waarom zou ik die niet aan hem/haar geven? Om het volgende dus.

Hij/zij zag het brood, sprong op mijn stuur, fladderde met zijn kleine vleugels, spreidde zijn bek, begon te krijsen en dat alles bij elkaar maakte het angstaanjagend! De moeder pakte het zakje waar het broodje in zat van mij over, dat vogeltje dacht daar anders over. No way dat hij dat brood niet zou krijgen! Hij verzette zicht hevig, hield zich vast aan het zakje terwijl de moeder het broodje eruit wilde halen voor dat arme beestje. Hij had honger.

De meid was inmiddels vertrokken, ze moest gaan. De dierenambulance was denk ik al 5 à 10 minuten onderweg. Aan de telefoon werd ‘ik zie u straks’ gezegd. Ehm “straks”? Als in over een uur? 10 minuten? Halfuurtje?

De moeder moest mij inmiddels ook verlaten, ze moest haar kind ophalen van school. Had ik trouwens al gezegd dat ik zowat stond te janken? Ik vond het verschrikkelijk, ik heb een enorme angst voor vogels.

Daar sta je dan. 1 op 1 met een vogel. 40 keer kleiner dan ik, maar oh zo eng. Hij ging steeds verder bij mij vandaan. Ja ehm help?! De dierenambulance was er nog niet en ik moest dat vogeltje toch echt bij mij zien te houden. Met grootste angst pakte ik het broodje en gooide ik een stukje naar het beestje. Nee maar natuurlijk niet, hij ging nog verder zitten.

Uiteindelijk was de dierenambulance gearriveerd. We hadden te maken met een jonge Vlaamse Gaai. Het was toch een prachtbeest en hij was ergens schattig. Toch overwon mijn angst het van zijn/haar schattigheid.

Na de hand te hebben geschut met de beste meneer die het vogeltje binnen een nanoseconde gevangen had, geen één sprankje van verzet, vervolgde ik mijn weg naar huis.

Een vreemde wending op het middaguur.