“Ineens was ik weer dat kleine meisje dat zelf gepest werd.”

Op mijn school geven bovenbouwleerlingen masterclasses aan kinderen van groep 7 en 8. Een hartstikke leuk project voor beiden. Toch was afgelopen keer héél confronterend.

Wij hadden de kinderen aan het werk gezet en wij, degene die de masterclass geven, waren even met elkaar in gesprek. Ineens werd het verdacht stil in de klas. Ze waren al rustig, maar dit was wel heel vreemd.

Het duurde een aantal tellen voordat we door hadden waarom het zo rustig was. Een van de kinderen lag met zijn hoofd op tafel, in eerste instantie dacht ik dat hij was flauwgevallen, maar nee, was dat maar zo geweest… Toen wij hem benaderden was hij aan het huilen…

Oké en nu? Is er iets met je familie, thuis, op school of is er zojuist iets gebeurd? Hij wilde niet praten, dus deden anderen dat. Het bleek dat er gepest werd in onze klas. Subtiel, zo subtiel dat wij het niet hebben opgemerkt, maar toch aanwezig en het geeft dus een effect op het kind.

Wij namen de desbetreffende kinderen mee naar buiten.

Daar zit je dan als zeventienjarige. Ineens herken je jezelf in het kind en je snapt precies hoe hij zich voelt.

Ineens was ik weer dat kleine meisje dat zelf gepest werd. 

Maar hoe dring je door tot de pesters? Ik geef mijzelf bloot tegenover hen en vertel mijn eigen verhaal, nee oké dat snapte ze wel. Maar bij hun eigen leeftijdsgenootje zagen ze het naar mijn idee niet echt in…

Ineens knapte er iets in het gepeste kind en er kwamen nog veel meer snikken en tranen. Degene die hem hebben gepest breng ik terug naar de klas en ik keer terug naar het gepeste kind. Eenmaal in gesprek zei hij: “Ik probeer het voor mijzelf te houden, maar dat lukt niet altijd”.
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik mijzelf niet emotioneel voelde worden. Ik keek hem aan en ik dacht: “Jongen je komt er wel, echt waar! Het is nu klote, maar er zijn zoveel anderen zoals jij. Jij kan dit!”.
Maar ja, dat is ook weer zoiets om te zeggen tegen een jochie van elf, misschien twaalf.

Dan vragen we ook of zijn ouders ervan op de hoogte zijn, gelukkig was dit wel het geval. De juf was er echter niet van op de hoogte, misschien wel zo handig als daar verandering in komt, dacht ik bij mijzelf. Dan ook maar even vragen of hij verder nog vriendjes heeft, gelukkig… Dat heeft hij.

Ik speel dit door naar de docent die over de masterclasses gaat en zij pakken het verder op.

Ineens word ik mij ervan bewust dat dit gewoon nog steeds gebeurt. Dat er nog zoveel kinderen zijn die ook worden gepest. Die zich in hetzelfde schuitje bevinden als ik vijf à zes jaar terug.

Moet je nagaan hoe sluw dit gebeurt. Gewoon in de klas, waar iedereen bij is. Niemand merkt iets, behalve het gepeste kind zelf…
Kinderen, en ook wij, zijn zo goed in maskers opzetten. Had hij een glimlach opgezet, hadden wij niks gemerkt. Niet eens een vermoeden gehad…

Je wilt zo graag iets voor hem betekenen, hem laten weten dat het écht goed gaat komen, dat hij zich niks wijs moeten laten maken en dat hij absoluut niet alleen is. Maar wie gelooft dat nou, in zo’n situatie?